“De organisatie van brandwondenzorg in Nederland is goed geregeld. De verwijscriteria worden redelijk goed nageleefd en de patiënten worden op de juiste plaats behandeld; lokaal wanneer mogelijk, in het brandwondencentrum wanneer nodig.” Dat is een van de uitkomsten van het promotieonderzoek van Daan van Yperen, voormalig arts-onderzoeker van het brandwondencentrum in het Maasstad Ziekenhuis. Hij verdedigde zijn onderzoek woensdag 7 juni 2023 met succes.

Patiënten met brandwonden door heel Nederland

Van Yperen: “Gezamenlijk houden alle centra een registratie bij (Nederlandse Brandwonden Registratie, ook wel R3 genoemd) van alle patiënten die met brandwonden in een brandwondencentrum worden opgenomen. Maar over de patiënten die in de regionale ziekenhuizen worden opgenomen, was nog niet zo veel bekend.”

Van Yperen onderzocht daarom hoeveel brandwondenpatiënten jaarlijks in regionale ziekenhuizen worden opgenomen, en hoe de verwijspatronen zijn. Een regionaal ziekenhuis is een ziekenhuis die geen eigen brandwondencentrum heeft. Het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam, het Martini Ziekenhuis in Groningen en het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk beschikken wel over een brandwondencentrum.

Uit één van de onderzoeken van Van Yperen blijkt dat er jaarlijks 1000 patiënten met brandwonden worden opgenomen in een ziekenhuis. Van deze 1000 patiënten wordt ongeveer de helft behandeld in een brandwondencentrum. Sommige patiënten worden verwezen van een regionaal ziekenhuis naar een brandwondencentrum. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bepaalde verwijscriteria, zoals de grootte en de diepte van de brandwond, of de leeftijd van de patiënt. In 70% van alle gevallen werden de verwijscriteria nageleefd.

Ook is onderzocht hoe de hoe de uitkomsten zijn van de behandeling in een regionaal ziekenhuis vergeleken met patiënten die werden behandeld in een brandwondencentrum. “De kwaliteit van leven en de littekenkwaliteit, beide tot één jaar na het trauma gemeten, waren in beide groepen goed.” Een vergelijking maken tussen beide groepen is gezien vertekening van de resultaten niet goed mogelijk.

Gevolgen van vuurwerkletsel

Het tweede deel van het promotieonderzoek gaat over de maatschappelijk impact van vuurwerkletsel. Hierbij heeft Van Yperen de samenwerking gezocht met het Erasmus MC en Het Oogziekenhuis Rotterdam. Door meerdere studies brengt hij in beeld wie er vuurwerkletsel oploopt, wat voor soort letsel dit is en wat de medische en maatschappelijke lange termijn gevolgen zijn van het ongeluk.

Uit het onderzoek blijkt dat de patiënten met vuurwerkletsel vaak jong(-volwassenen) zijn, met een gemiddelde leeftijd van 15 jaar. De helft van de vuurwerkslachtoffers is een onschuldige omstander, en 75% van de letsels wordt veroorzaakt door legaal vuurwerk.

“In veel gevallen is het letsel beperkt, maar in sommige gevallen zeer ernstig met blijvende schade als gevolg.” Van Yperen onderzocht de uitkomsten tot 1 jaar na het ongeluk. Hieruit blijkt dat de meeste patiënten (>90%) geen gezondheidsklachten meer ervaren, ondanks dat sommige van hen ernstig letsel hebben, zoals geamputeerde vingers of blinde ogen. “De gedachte is dat jongere patiënten vaak goed in staat zijn zich aan te passen aan hun letsel, maar dat wil niet zeggen dat zij later in hun leven geen klachten gaan ervaren. Wanneer je één blind oog hebt, en je krijgt later in je leven problemen aan het andere oog, zoals bijvoorbeeld staar, kan dat toch nog voor belemmering zorgen. Deze vaak jonge patiënten leveren hoe dan ook een stuk potentieel in. Wanneer je een oog of een hand mist, is het lastig om nog bepaalde beroepen uit te oefenen,” aldus Van Yperen. “Vuurwerkletsel is makkelijk te voorkomen. En gezien het feit dat het vaak kinderen en omstanders betreft, en het letsel in sommige gevallen zeer ernstig is met blijvende belemmeringen als gevolg, streef ik naar een permanent verbod op de verkoop en het gebruik van vuurwerk.”

Bron: Maasstad Ziekenhuis 
print