De huid is uw grootste orgaan en beschermt tegen infecties en regelt de lichaamstemperatuur en het vocht in uw lichaam. De huid is opgebouwd uit twee lagen: de opperhuid (de buitenste laag van de huid) en de lederhuid (de dikke onderste laag van de huid). Onder de huid zit de onderhuidse vetlaag. Ook bevat de huid haren, talg- en zweetklieren.

Hoe ontstaat een brandwond?

Gaat de huid stuk, dan ontstaat er een wond. Gaat die huid stuk door warmte (vlammen, hete vloeistoffen) elektriciteit of een chemische stof, dan ontstaat er een brandwond. Een brandwond is dus een gedeeltelijke of volledige beschadiging van de huid. Hoe erg de brandwond is, is afhankelijk van de grootte, diepte en plaats van de brandwond. Ook uw leeftijd en bijkomende letsels spelen een rol. Het lichaam kan de opperhuid wel herstellen, maar als de lederhuid is verloren, dan komt die niet meer terug.

Gevolgen van een brandwond

Waar een brandwond zit, is de huid stuk en biedt dus geen bescherming meer. Zo kunnen bacteriën makkelijker de huid binnendringen en is het risico op infecties groter. Ook verliest de huid meer vocht en warmte. Daarom gelden in het brandwondencentrum strikte hygiëneregels, wordt uw kamer extra verwarmd en krijgt u, indien nodig, extra vocht toegediend met een infuus.

1egraads brandwond

Een eerstegraads verbranding ontstaat als u bijvoorbeeld te lang onbeschermd in de zon zit. De huid is dan niet stuk. Daarom noemen we het geen brandwond, maar een verbranding. Een eerstegraads verbranding kan erg pijn doen. De huid is rood en/of roze verkleurd, droog en soms een beetje gezwollen. Na een paar dagen gaat het over.

2e-graads-brandwond-oppervlakkig-232x300

Er zijn twee soorten tweedegraads brandwonden: oppervlakkig en diep. Bij een oppervlakkige tweedegraads brandwond is de opperhuid stuk. De huid is rood, nat, pijnlijk en u ziet blaren (kapot of heel). Zelfs na een paar uur kunnen nog blaren ontstaan. De behandeling van tweedegraads brandwonden kan met zalf of een speciaal verbandmiddel. De wond geneest meestal binnen twee weken.

2e-graads-brandwond-diep1-e1416318791509

Bij een diepe tweedegraads brandwond is de lederhuid meer aangetast dan bij een oppervlakkige tweedegraads brandwond. De wond is roodachtig en/of wit en is nat. De genezing kan langer dan twee weken duren. Soms is een huidtransplantatie nodig om de brandwond(en) dicht te maken.

3e-graads-brandwond1-e1379412224664-216x300

Bij een derdegraads brandwond is zowel de opperhuid als de lederhuid volledig verdwenen. De wond is wit en/of zwart, droog, leerachtig en nauwelijks pijnlijk. Dat komt omdat in het geval van een derdegraads brandwond ook de zenuwen in de huid zijn aangetast. Om een derdegraads brandwond te laten genezen, is een huidtransplantatie meestal noodzakelijk.

Effect van een brandwond op uw lichaam

Bij een verbranding wordt het hele lichaam extra belast. Brandwonden scheiden stoffen af die in het bloed en daarmee in de bloedsomloop komen. Deze stoffen kunnen u ziek maken. Het eerste verschijnsel is het optreden van zwelling in het gebied van de verbranding. Bij zeer uitgebreide brandwonden kan dit zelf over het hele lichaam. Er treedt vocht uit de bloedsomloop, dat in de weefsels tussen de cellen terechtkomt. Daardoor blijft er te weinig vocht in de bloedvaten. Met infusen wordt dit tekort aan vocht aangevuld en blijft de bloedsomloop goed functioneren. De hoeveelheid vocht dat u verliest via de wonden is zeer afhankelijk van het totaal verbrand lichaamsoppervlak. Andere verschijnselen bij een verbranding zijn: minder eetlust, misselijkheid, een snelle hartslag, een snelle ademhaling, koorts, vermoeidheid en/of een slechte concentratie.

Bijkomende letsels

Bij brandwondenongevallen kunnen ook andere letsels voorkomen. Meestal gaat het om de beschadiging van de luchtwegen door rook, giftige gassen of hitte. Deze letsels kunnen levensbedreigend zijn en krijgen bij binnenkomst in het brandwonden­centrum altijd de eerste aandacht. Mocht u een luchtwegletsel hebben, dan wordt u met een beademingsmachine beademd. U krijgt dan voldoende lucht en zuurstof. Bij patiënten met een zwelling in het hoofd/halsgebied kan beademing ook nodig zijn.

print