Het oplopen van een brandwond heeft veel impact op uw lichaam. Bij een grote verbranding worden alle organen van het lichaam extra belast en als de brandwond genezen is, gaat de behandeling nog lang door. De belangrijkste dingen die u moet weten over de verschijnselen en de behandeling van brandwonden leest u in dit hoofdstuk.

Verzorging bij opname

Het eerste wat er gebeurt bij opname in het brandwondencentrum, is de beoordeling van uw brandwonden door een arts. Waar zitten de brandwonden, hoe groot zijn ze en wat is diepte ervan? Op een tekening in het medisch dossier wordt aangegeven waar de brandwonden zich bevinden. Op deze manier kan de arts precies uitrekenen hoe uitgebreid uw verbranding is. Bij opname stelt de verpleegkundige u een aantal vragen over uw gezondheidstoestand en eventueel gebruik van medicijnen voor het ongeluk. Ook neemt de verpleegkundige bloed bij u af voor onderzoek. Dan maakt de arts een behandelplan. Om goed te kunnen volgen hoe de genezing van de brandwonden verloopt, worden er foto’s van de brandwonden gemaakt. Deze worden in uw medisch dossier bewaard. Als de arts klaar is, verbindt de verpleegkundige volgens het behandelplan uw brandwonden. Vanwege infectiegevaar, kan er eventueel haar rond de brandwonden worden weggeschoren. Ook worden er kweken van de wonden afgenomen om eventuele bacteriegroei vast te stellen. Om tijdens uw verblijf in het brandwondencentrum eventuele gewichtsschommelingen in de gaten te houden, zal de verpleegkundig uw lengte en gewicht meten.
Om de brandwond goed te kunnen beoordelen is het soms nodig om aanvullend onderzoek te doen met de Laser Doppler Imager (LDI). Dit zal tot 5 dagen na het ongeval gebeuren.
Met de LDI wordt met een dunne lasterstraal het wondgebied gescand en hiermee de diepte van de brandwond gemeten. Dit is niet pijnlijk. Aan de hand van de LDI-scan krijgt de arts een beeld van de diepte van de brandwond en het genezingsproces.

Behandeling

De manier waarop uw brandwonden worden behandeld, hangt van veel factoren af. Zo is het belangrijk hoe diep de brandwond is en hoe groot. Ook is de plaats van de wonden is van belang en zelfs uw leeftijd. Vaak worden diepe brandwonden als eerste behandeling volledig ingesmeerd met een met een zalf die infectie tegengaat. Daarna wordt de wond helemaal met een verband afgedekt.

Oppervlakkige tweedegraads brandwonden zullen meestal binnen twee weken vanzelf genezen. Op sommige delen van het lichaam is de huid heel dik (bijvoorbeeld de rug of het been) en kan een diepe tweedegraads brandwond nog binnen 3 tot 4 weken vanzelf genezen. Op andere delen van het lichaam kan de genezing niet te lang duren, omdat dan minder mooie littekenvorming kan optreden. Daarom vindt in een aantal gevallen, bijvoorbeeld bij brandwonden aan het gezicht, de hals en de handen een huidtransplantatie plaats. Geopereerde gebieden resulteren over het algemeen in mooiere littekens dan de plekken op uw lichaam waar de genezing te lang duurt.

Derdegraads brandwonden worden na behandeling met een antibacteriële zalf vaak geopereerd. Daarbij wordt de dode huid verwijderd en de wond wordt dan belegd met een huidtransplantaat. Na een week kan de arts bekijken of de getransplanteerde huid goed is vastgegroeid. Soms zijn er na een huidtransplantatie nog (kleine) restwonden. In sommige gevallen zullen deze opnieuw moeten worden geopereerd.

Laser Doppler Imager

Om de brandwond goed te kunnen beoordelen is het soms nodig om aanvullend onderzoek te doen met de Laser Doppler Imager (LDI). Dit zal gebeuren op dag 2, 3, 4 of 5 na het ongeval. Met de LDI wordt met een dunne laserstraal het wondgebied gescand en hiermee de diepte van de brandwond gemeten. Hier voelt u niets van. Aan de hand van de LDI-scan krijgt de arts een beeld van de diepte van de brandwond en het genezingsproces.

Wat vertelt de monitor?

Als het nodig is om steeds uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur in de gaten te houden, komt u in een Intensive Care-kamer te liggen. Via draden bent u ‘gekoppeld’ aan een monitor. Zo kunnen de verpleegkundigen zowel binnen als buiten uw kamer altijd zien hoe het met u gaat. Ook na een operatie is er soms monitor bewaking nodig.

Zwellingen

Brandwonden kunnen op sommige plaatsen opzwellen. De zwellingen ontstaan na een verbranding doordat de vochtbalans is verstoord. Om zwellingen te beperken, worden uw armen en benen hoog gelegd op kussens en wordt u halfzittend verpleegd. De zwellingen kunnen vervelend zijn. Zo kunnen bij brandwonden in het gelaat door de zwelling de ogen dicht gaan zitten. Maar weet dat de zwellingen na de eerste dagen weer afnemen.

Moeite met ademen?

Als u tijdens de verbranding rook of vuur hebt ingeademd, kunt u moeite hebben met ademen. In dat geval krijgt u extra zuurstof. In ernstige gevallen wordt de ademhaling tijdelijk door een beademingsmachine overgenomen.

Eten en drinken?

Genoeg gezond eten en drinken is heel belangrijk voor uw herstel. Voor meer informatie gaat u naar het hoofdstuk ‘Voeding’.

Bloedafname

Aan uw bloed is goed te zien hoe het met u gaat. Om uw bloed te kunnen onderzoeken en controleren, wordt er daarom regelmatig bloed bij u afgenomen.

Dagelijkse verzorging

Uw brandwonden moeten (afhankelijk van uw behandeling) vaak worden gereinigd en opnieuw verbonden. Soms zelfs dagelijks. Deze wondverzorging vindt plaats op het bed in uw kamer, onder de douche of in bad. De verbandwissel kan pijnlijk en onplezierig zijn. Zo nodig krijgt u daarom vooraf pijnmedicatie en/of een kalmeringsmiddel. Aan de hand van een meetinstrument kunt u aangeven hoeveel pijn u heeft. De artsen kunnen de pijnmedicatie daarop aanpassen. De verpleegkundigen proberen ook door middel van ontspanningstechnieken en afleiding de verbandwissel voor u zo comfortabel mogelijk te laten verlopen.

Hoe ziet de dag eruit?

In afstemming met u wordt er een dagschema gemaakt, dat is afhankelijk van de ernst van uw brandwonden en de mate van ziek zijn. In het schema staat onder andere wanneer de verbandwisselingen plaatsvindt, wanneer er rust momenten zijn, wanneer de fysiotherapeut komt, etc.

De bezoektijden zijn van 15.30 tot 17.00 uur en van 18.00 tot 20.30 uur. Er mogen maximaal twee bezoekers bij u komen en geen kinderen onder de 12 jaar. De verpleegkundigen wisselen elkaar een aantal keer per dag af. De tijden waarop dit gebeurt zijn: 7.30 uur, 15.15 uur en 23.00 uur.

Informatie voor ouders

De arts beoordeelt bij opname de uitgebreidheid en diepte van de brandwonden bij uw kind. Vervolgens wordt er een behandelplan gemaakt. Dit kan later zo nodig worden aangepast. De verpleegkundigen verbinden de wonden volgens het behandelplan. Om eventuele bacteriegroei vast te stellen worden van de wonden kweken afgenomen. Ook meet de verpleegkundige de lengte en het gewicht van uw kind, om later tijdens het verblijf in het brandwondencentrum een vergelijking te kunnen maken.

De verbandwisseling kan een pijnlijke en onplezierige gebeurtenis zijn voor uw kind. We doen er alles aan om dat te beperken. We houden uw kind heel erg goed in de gaten en indien nodig zal uw kind meer pijnmedicatie krijgen. Oudere kinderen kunnen aan de hand van een eenvoudig meetinstrument aangeven hoeveel pijn zij hebben. Hierdoor is het mogelijk de pijnbeleving in kaart te brengen en zo nodig de pijnmedicatie aan te passen. De verpleegkundigen en pedagogisch medewerker proberen de verbandwisseling door middel van ode juiste begeleiding en afleiding zo comfortabel mogelijk voor uw kind te laten verlopen. Ook de verbandwisselkamer is erop ingericht om de verbandwisseling zo ontspannen mogelijk te laten verlopen.

 

 

Als ouders mag u de hele dag bij uw kind zijn. Eén ouder mag ook blijven slapen, hiervoor kan men terecht in het Kiwanihuis. Dit hoeft niet de gehele opname in het brandwondencentrum dezelfde ouder te zijn.

print