Het oplopen van een brandwond heeft veel impact op een lichaam. Bij een grote verbranding worden alle organen van het lichaam extra belast en als de brandwonden genezen zijn, kan er nog een lange periode van nazorg volgen. De belangrijkste dingen die u moet weten over de verschijnselen en de behandeling van brandwonden leest u in dit hoofdstuk.

Verzorging bij opname

Bij opname in ons brandwondencentrum worden uw brandwonden door een arts en verpleegkundige beoordeeld. Waar zitten de brandwonden, hoe groot zijn ze en wat is diepte ervan? Er wordt u een aantal vragen gesteld over uw gezondheidstoestand en eventueel gebruik van medicijnen voor het ongeluk. Soms is het nodig om bloed af te nemen voor onderzoek. Vervolgens maakt de arts een behandelplan. Om goed te kunnen volgen hoe de genezing van de brandwonden verloopt, worden er foto’s van de brandwonden gemaakt. Soms door de arts, anders door de opgeroepen medisch fotograaf. De foto’s worden in uw medisch dossier bewaard. Als de arts klaar is, verbindt de verpleegkundige volgens het behandelplan uw brandwonden. Vanwege infectiegevaar, kan er eventueel haar rond de brandwonden worden weggeschoren. Ook worden er, met speciale wondkweekstokjes, kweken van de wonden afgenomen (en in uw neus, keel en bij de billen) om de aanwezige bacteriën te onderzoeken die van invloed kunnen zijn op het ziektebeloop. Om tijdens uw verblijf in het brandwondencentrum eventuele gewichtsschommelingen in de gaten te houden, zal de verpleegkundige wekelijks uw gewicht meten. We gebruiken daarvoor een weegstoel. We vragen ook naar uw lengte.

Laser Doppler Imager

Om de brandwond goed te kunnen beoordelen, is het soms nodig om aanvullend onderzoek te doen met de Laser Doppler Imager (LDI). Een LDI kan pas vanaf 48 uur na het ongeval gemaakt worden. Dit onderzoek is éénmalig. Met de LDI wordt met een dunne laserstraal het wondgebied gescand en hiermee de diepte van de brandwond gemeten. Hier voelt u niets van. Aan de hand van de LDI-scan krijgt de arts een beeld van de diepte van de brandwond en het genezingsproces.

Behandeling

De manier waarop uw brandwonden worden behandeld, hangt van veel factoren af. Zo is het belangrijk hoe diep de brandwond is en hoe groot. Ook is de plaats van de wonden en uw leeftijd van belang. Vaak worden diepe brandwonden als eerste behandeling volledig ingesmeerd met een zalf om infectie door bacteriën te voorkomen. Daarna wordt de wond helemaal met een verband afgedekt.

Oppervlakkig tweedegraads brandwonden zullen vanzelf genezen, meestal binnen twee weken. Op sommige delen van het lichaam is de huid heel dik – bijvoorbeeld de rug of het been – en kan een diepe tweedegraads brandwond na een maand of langer nog vanzelf genezen. Op andere delen van het lichaam kan de genezing niet te lang duren, omdat dan minder mooie littekenvorming kan optreden. Daarom vindt in een aantal gevallen een huidtransplantatie plaats. Meestal pas na minimaal 2 weken. Geopereerde gebieden resulteren over het algemeen in mooiere littekens dan de plekken op uw lichaam waar de genezing te lang duurt.

Derdegraads brandwonden worden na behandeling met een antibacteriële zalf vaak geopereerd. Daarbij wordt de dode huid verwijderd en de wond wordt dan belegd met een huidtransplantaat. Na een week kan de arts bekijken of de getransplanteerde huid goed is vastgegroeid. Soms zijn er na een huidtransplantatie nog (kleine) restwonden. In sommige gevallen zullen deze opnieuw moeten worden geopereerd.

Wat vertelt monitoring?

Als het nodig is om steeds uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur in de gaten te houden (wat vaak samengaat met veel vocht wat u via een infuus krijgt), komt u in een Intensive Care kamer te liggen. Via draden bent u ‘gekoppeld’ aan een monitor. Zo kunnen de verpleegkundigen zowel binnen als buiten uw kamer altijd zien hoe het met u gaat. Ook na een operatie is er soms monitorbewaking nodig.

Zwellingen
Brandwonden kunnen op sommige plaatsen opzwellen. De zwellingen ontstaan na een verbranding doordat de vochtbalans is verstoord. Om zwellingen te beperken, worden uw armen en benen hoog gelegd op kussens en wordt u halfzittend verpleegd. De zwellingen kunnen vervelend zijn. Zo kunnen bij brandwonden in het gelaat door de zwelling de ogen dicht gaan zitten. Maar weet dat de zwellingen na de eerste dagen weer afnemen.

Moeite met ademen?
Als u tijdens de verbranding rook of vuur hebt ingeademd, kunt u moeite hebben met ademen. In dat geval krijgt u extra zuurstof. In ernstige gevallen wordt de ademhaling tijdelijk door een beademingsmachine overgenomen.

Eten en drinken?
Genoeg gezond eten en drinken is heel belangrijk voor uw herstel. Voor meer informatie gaat u naar onze voedingspagina.

Bloedafname:
Aan uw bloed is goed te zien hoe het met u gaat. Om uw bloed te kunnen onderzoeken en controleren, wordt er daarom regelmatig bloed bij u afgenomen.

Zwelling

Brandwonden kunnen (tijdelijk) op sommige plaatsen opzwellen. Om zwellingen te beperken, worden uw armen en benen hoog gelegd op kussens en wordt u halfzittend verpleegd. De zwellingen zijn vervelend. Maar weet dat ze na de eerste dagen weer afnemen. De zwellingen ontstaan na een verbranding doordat de vochtbalans is verstoord.

Ademhaling

Als u tijdens de verbranding rook of vuur hebt ingeademd, kunt u moeite hebben met ademen. In dat geval krijgt u extra zuurstof. In ernstige gevallen wordt de ademhaling tijdelijk door een beademingsmachine overgenomen en verblijft u op de intensive care van het brandwondencentrum.

Dagelijkse verzorging

Uw brandwonden moeten (afhankelijk van uw behandeling) vaak worden gereinigd en opnieuw verbonden. Soms zelfs dagelijks. Deze wondverzorging vindt plaats op het bed in uw kamer, onder de douche of in bad. De verbandwissel kan pijnlijk en onplezierig zijn. U krijgt vooraf pijnmedicatie en/of een kalmeringsmiddel. Aan de hand van een meetinstrument kunt u aangeven hoeveel pijn u heeft. De artsen kunnen de pijnmedicatie daarop aanpassen. De verpleegkundigen proberen ook door middel van ontspanningstechnieken en/of afleiding de verbandwissel voor u zo comfortabel mogelijk te laten verlopen.

Pijn

Adequate pijnbestrijding is een essentieel onderdeel van de behandeling van patiënten met brandwonden. “Pijn is wat u zegt dat het is en treedt op wanneer u zegt dat het optreedt”. Het vaststellen, registreren en rapporteren van uw pijn door de verpleegkundigen en specialisten is van groot belang. Het doel is om de behandeling van uw pijn door de brandwonden te optimaliseren met een adequate pijnbehandeling. U bent degene die kan aangeven wat u daadwerkelijk aan pijn ervaart en of dat de pijn voor u een acceptabel niveau heeft zonder dat de pijn uw bewustzijn, uw houding, het bewegen/ademen, de voeding of nachtrust hindert. Op de afdeling spreken we over zogenaamde achtergrond pijn en procedurele pijn. Achtergrondpijn is de pijn die u ervaart terwijl u in rust bent. Procedurele pijn is achtergrondpijn plus extra pijn door manipulatie zoals fysiotherapie en wondverzorging.

Om de pijn vast te stellen gebruiken de verpleegkundigen een aantal keren per dag (bv. om 08:00 bij de medicatieverstrekking, tijdens de wondverzorging, ’s avonds en op momenten dat u pijn heeft) een pijnmeetinstrument. Dit meetinstrument, de zogenaamde VAT (Visueel Analoge Thermometer), is een metalen plaatje met een rode schuif waarop de ankerwoorden “geen pijn” en “ondraaglijke pijn” staan aangegeven. Aan de achterkant staat een getallenlijn, zodat de score die is aangegeven door de rode schuif gelijk kan worden afgelezen als de VAT wordt omgedraaid. Wij vragen u met de VAT aan te geven wat uw pijn is op de gegeven momenten. De scores worden vervolgens geregistreerd in uw elektronisch dossier en worden gekoppeld aan een pijnbehandelingsprotocol. Naar aanleiding van uw pijnscores kan door de verpleegkundigen en/of specialisten een interventie ingezet worden. Dit kan bijvoorbeeld ontspanning en/of afleiding en/of aanpassing van de voorgeschreven medicatie zijn. Na een interventie is wederom pijn meten van toepassing. Dit zal gedurende de gehele opnameperiode van toepassing zijn.

print

Informatie voor ouders

De arts beoordeelt bij opname de uitgebreidheid en diepte van de brandwonden bij uw kind. Vervolgens wordt er een behandelplan gemaakt. Dit kan later zo nodig worden aangepast. De verpleegkundigen verbinden de wonden volgens het behandelplan. Ook worden er, met speciale wondkweekstokjes, kweken van de wonden afgenomen (en in neus, keel en bij de billen) om de aanwezige bacteriën te onderzoeken die van invloed kunnen zijn op het ziektebeloop. Ook meet de verpleegkundige de lengte en het gewicht (wekelijks) van uw kind, om later tijdens het verblijf in het brandwondencentrum een vergelijking te kunnen maken.

De verbandwisseling kan een pijnlijke en onplezierige gebeurtenis zijn voor uw kind. We doen er alles aan om dat te beperken. We houden uw kind heel erg goed in de gaten en indien nodig zal uw kind meer pijnmedicatie krijgen. Oudere kinderen kunnen aan de hand van een eenvoudig meetinstrument (VAT of gezichtjesschaal genoemd) aangeven hoeveel pijn zij hebben. Bij jonge kinderen gebeurt dit door middel van observaties (COMFORT genoemd). Hierdoor is het mogelijk de pijnbeleving in kaart te brengen en zo nodig de pijnmedicatie aan te passen. De verpleegkundigen en pedagogisch hulpverlener proberen de verbandwisseling door middel van ontspanningstechnieken en afleiding zo comfortabel mogelijk voor uw kind te laten verlopen. Eén van de ouders mag bij de verbandwisseling aanwezig zijn.

Als ouder mag u de hele dag bij uw kind zijn. Eén ouder mag ook blijven slapen, op een opklapbed naast het kind. Dit mag ook een ander familielid zijn, mits deze persoon 18 jaar of ouder is. U kunt bij de verpleegkundigen aangeven wie dit zal zijn. Dit hoeft niet de gehele opname in het brandwondencentrum dezelfde persoon te zijn. U kunt ook afwisselen met een familielid. Wij vragen u uiterlijk om 16.00 uur bij de verpleging aan te geven wie er blijft slapen. Iedere morgen rond 07.30 uur wordt u gewekt. Maaltijden kunt u nuttigen in bij voorkeur de speelkamer, bij uitzondering op de kamer. Van 13.00 tot 14.00 uur is het rustuur. Ook u kunt dan gaan rusten. In het brandwondencentrum is het in verband met hygiëne verplicht om een schort te dragen. Deze mag u alleen in de kamer van uw kind uitdoen. Uw kind krijgt een pyjama van het brandwondencentrum aan.

De pedagogisch hulpverlener begeleidt uw kind zo goed mogelijk gedurende het verblijf in het brandwondencentrum. U kunt zelf met uw kind onze kinderwebsite bezoeken. Op www.maasenik.nl wordt per leeftijdscategorie uitgelegd hoe bijvoorbeeld een verbandwissel gaat, hoe de dag verloopt en wat er te doen is in het brandwondencentrum. Ook voor de eventuele andere (jonge) familieleden en vrienden kan het fijn zijn om deze informatie te bekijken.

Kledingvoorschriften ouder bij wondverzorging kind

  • De aanwezige ouder doet sieraden aan de pols en vingers af tijdens de wondverzorgingprocedure
  • De aanwezige ouder past, nadat de eventuele aanwezige sieraden zijn afgedaan, handhygiëne toe
  • De aanwezige ouder draagt een muts, disposable schort en mondmasker
  • Wanneer de wondverzorging is afgerond worden het mondmasker en de muts weggegooid, het disposable schort  wordt eveneens weggegooid en direct vervangen door een nieuw disposable schort
  • Wanneer een ouder een hoofddoek draagt, is een muts daarover tijdens de wondverzorging van toepassing
  • Toepassen handreiniging en handdesinfectie voor het verlaten van de kamer of badkamer na de wondverzorging