Als u of uw kind aan de brandwonden wordt geopereerd, betreft dit een huidtransplantatie. Wat is dit? En hoe zal de operatie in zijn werk gaan? Antwoorden op deze vragen leest u hier.

Informatie voor ouders vindt u hier.

Wanneer de arts besluit dat u geopereerd moet worden, wordt u daarop voorbereid:

  • De arts spreekt met u de ingreep door.
  • De verpleegkundige neemt met u het zogenaamde Ja/Nee formulier door.
  • De verpleegkundige neemt bloed bij u af om uw bloedgroep te bepalen. Als deze nog niet bekend is, wordt u 2x geprikt op verschillende momenten.
  • De anesthesist komt bij u langs en bepaalt of er nog aanvullende onderzoeken nodig zijn (bijvoorbeeld een hartfilmpje (ECG) en/of een röntgenfoto van uw longen en/of bloedonderzoek). De vorm (algehele of gedeeltelijke) van anesthesie wordt met u besproken.
  • Het is belangrijk dat u nuchter bent. U mag daarom vanaf zes uur voor de ingreep niet meer eten. Vanaf 2 uur voor de ingreep mag u nog water of limonadesiroop drinken. Is uw operatie ’s middags, dan mag u nog een licht ontbijt (beschuit met thee). Bovenstaande wordt goed met u afgesproken.

Vóór de operatie

De verpleegkundige ondersteunt u met de lichamelijke verzorging. U krijgt een operatiejas aan, een OK muts op en u krijgt de eventuele rustgevende medicijnen die de anesthesioloog met u heeft besproken. De verpleegkundige neemt aan uw bed een zogenaamde voorbereidingslijst af (wat gaan ze doen op de OK, dat sieraden af moeten, infuuspaal aan bed enzovoort). Na een telefoontje van de OK rijden we u met bed daar naar toe. De operatiekamer is op het brandwondencentrum zelf, vooraf daar even kijken is mogelijk.

De operatie

U wordt, in de vorm van een mondelinge overdracht, overgedragen aan het operatieteam. U gaat van uw bed op de operatietafel. U krijgt een infuus en wordt aangesloten aan de monitor (bloeddruk, hartslag, zuurstof). Vervolgens krijgt u via het infuus medicijnen waardoor u in slaap valt. Voor de beademing krijgt u een dun buisje in uw luchtpijp.

Huidtransplantatie

Onder narcose of plaatselijke verdoving wordt eerst het verband verwijderd en uw brandwond goed schoongemaakt. De verbrande huidresten worden daarbij verwijderd. Dan wordt met een speciaal apparaat, een dermatoom, een dun laagje huid afgenomen van een niet-verbrand deel van uw lichaam. Dit dunne huidlaagje, het huidtransplantaat, wordt vervolgens tot een huidnetje gemaakt. Hierdoor wordt de omtrek  vergroot. De huid wordt zorgvuldig op de wond gelegd, daarna goed vastgemaakt met nietjes en tot slot verbonden.

 

Huidafnameplaats

Transplanteren gebeurt altijd met uw eigen huid en niet met donorhuid. In de meeste gevallen wordt huid afgenomen van uw bovenbeen, dit noemen we het donorbeen/donorsite. Na afname van de huid blijft er een schaafwond over. Deze wond wordt bedekt met een (druk-) verband om eventueel nabloeden te voorkomen. Het verband kan vaak zeven tot veertien dagen blijven zitten totdat de wond genezen is. De verpleegkundige zal dat proces volgen en het verband geleidelijk verwijderen.

Als de operatie klaar is, laat de anesthesiemedewerker u wakker worden in de verkoeverkamer. Dit is op de afdeling op kamer 12. De eerste uren na de operatie wordt u nog bewaakt door apparatuur naast uw bed. Om het narcosemiddel zo snel mogelijk uit uw lichaam te verwijderen, krijgt u extra zuurstof via een masker. Ook heeft u het infuus nog. Hierdoor krijgt u extra vocht. Na de operatie kunt u misselijk zijn en pijn hebben. U krijgt medicijnen om dit zoveel mogelijk tegen te gaan. Naast misselijkheid kunt u last hebben van keelpijn, heesheid, sufheid en soms braken als bijwerking van de narcose. De anesthesiemedewerker of verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, hartslag en zuurstofgehalte in het bloed. Ook controleert hij de verbanden op eventuele nabloedingen. Een klein beetje bloedverlies is normaal. Als u goed wakker bent, mag u weer wat drinken en eventueel iets eten. U gaat weer naar uw eigen kamer. Wat betreft bezoek raden wij u aan alleen ‘s avonds bezoek te ontvangen, omdat u dan goed wakker bent.

Huidtransplantaat

Het is nodig om het huidtransplantaat na de operatie vier/vijf dagen rust te geven. Als het nodig is, verschoont de verpleegkundige de buitenste gazen van het verband. Als het huidtransplantaat over een gewricht is aangebracht (bijvoorbeeld de elleboog, knie of pols) kan het zijn dat u een spalk krijgt. Een spalk is nodig om het transplantaat de rust te geven om in te groeien. Bij een transplantaat op uw voet of onderbeen mag u deze een aantal dagen niet belasten. Vier/vijf dagen na de operatie worden al het verband en de nietjes verwijderd door de verpleegkundige. De arts komt vervolgens wondinspectie doen en bekijken of het transplantaat geheel is ingegroeid. Hierna vertelt de arts hoe de eventuele verdere behandeling eruit gaat zien.

Huidafnameplaats

Alleen het drukverband van uw donorbeen wordt een dag na de operatie verwijderd, mits anders voorgeschreven. Wanneer nodig wordt er nog een tweede laag wondverband aangebracht. Als alleen de donorplaats zich op uw bovenbeen bevindt, mag u na een dag op twee lopen met gezwachteld been (tenzij de arts hier geen toestemming voor geeft). De huidafnameplaats heeft tien tot veertien dagen nodig om te genezen. Als het nodig is, verschoont de verpleegkundige de buitenste gazen van het verband.

print

Aanvullende informatie voor ouders

Uw kind wordt in principe een dag voor de operatie voorbereid op de operatie. Op de dag van de operatie kunt u of de verpleegkundige uw kind wassen. De verpleegkundige geeft uw kind, indien afgesproken, medicijnen. Als uw kind aan de beurt is voor de operatie kunt u samen met de verpleegkundige en de pedagogisch hulpverlener uw kind naar de operatiekamer brengen. Hier zal de anesthesiemedewerker uw kind onder narcose brengen met een kapje of met een prik. Eén van de ouders mag daarbij aanwezig zijn. Als uw kind onder narcose is, brengt de pedagogisch hulpverlener u naar uw kamer.

Als uw kind uit de narcose komt, ligt hij/zij nog een tijdje op de uitslaapkamer (kamer 12). Na de eerste controle mag u of uw partner in overleg met de verpleegkundige naar uw kind. Bent u op dat moment nog niet aanwezig, dan zal de arts u bellen om u te informeren over het verloop van de operatie. Als uw kind goed wakker en niet misselijk is, krijgt het voorzichtig wat drinken en eten.

U kunt met uw kind ook onze kinderwebsite bezoeken. Op www.maasenik.nl wordt per leeftijdscategorie uitgelegd wat er allemaal gaat gebeuren bij een operatie en hoe de dag verloopt in een brandwondencentrum. Ook voor de eventuele andere (jonge) familieleden en vrienden kan het fijn zijn om deze informatie te bekijken.

print