Afgerond in 2017

Projectduur: 2 jaar

Projectleider: prof dr  PPM van Zuijlen – Rode Kruis Ziekenhuis

Beknopte samenvatting van de resultaten

Tot op heden ging de aandacht bij brandwondenchirurgie voornamelijk uit naar het herstellen van de huid (epidermis/dermis). Inmiddels overleven patiënten steeds vaker ernstige brandwonden, waardoor er ook steeds meer aandacht is voor de kwaliteit van leven en de kwaliteit van het litteken op de lange termijn. De belangrijke rol die de onderhuidse vetlaag (de subcutis) hierin speelt, bleek tot voor kort onderschat. Echter, inmiddels is er volop aandacht voor herstel van de subcutis. Daarnaast wordt het belang van de subcutis voor de functie van de huid onderstreept door de slechte functionele resultaten in die gevallen dat de subcutis volledig verwijderd wordt (zoals na ingrijpende operaties bij ernstige brandwonden of na fasciitis necroticans/een vleesetende bacterie). De getransplanteerde huid wordt dan een litteken dat direct op de onderliggende structuren hecht. In dat geval ontbreekt een functionele glijlaag en een warmte-regulerende laag. Bovendien ontstaan esthetisch ontsierende contour defecten.

Vettransplantatie is een relatief nieuwe techniek met interessante mogelijkheden, waaronder reconstructie van een vetlaag onder het vastzittende litteken. Eerst moet het litteken worden losgemaakt van de onderliggende structuren op het niveau waar de subcutis hoort te zitten. Zowel de plooibaarheid alsook de cosmetische aspecten van een litteken kunnen door deze behandeling verbeteren. Om vooruitgang te kunnen boeken in de behandeling van brandwondlittekens was er sterke behoefte aan een goede klinische studie naar het effect van vettransplantatie.

Patiënten (≥18 jaar) met een klinische indicatie voor vettransplantatie hebben deelgenomen aan deze studie. Het litteken diende ontwikkeld en stabiel te zijn (≥1 jaar na verwonding). Vóór de chirurgische ingreep en op 3 en 12 maanden na vettransplantatie zijn de plooibaarheid (Cutometer) en de littekenkwaliteit (POSAS en DSM II Kleurmeter) bepaald. Het vetweefsel werd gewonnen uit de buik of dijen met behulp van liposuctie. Vervolgens werd het vet middels de Coleman techniek behandeld om het gereed te maken voor transplantatie onder het litteken.

De resultaten van de studie waren positief. Drie maanden na vettransplantatie was de plooibaarheid gemiddeld met 19% toegenomen. Daarnaast waren de scores van de artsen en patiënten voor de littekenkwaliteit verbeterd. Binnen deze korte termijn resultaten werd nog geen kleurverschil  gezien. Twaalf maanden na vettransplantatie was de plooibaarheid nog verder verbeterd, met gemiddeld 25% ten opzichte van vóór de operatie. Tevens waren alle scores van de littekenschaal verbeterd. Dit betrof de scores met betrekking tot pijn, kleur, plooibaarheid, reliëf en de totaal score. Verder werd een verbetering van de litteken pigmentatie waargenomen.

Dit is de eerste studie waarin een nauwkeurig evaluatieprotocol werd gebruikt om de effectiviteit van vettransplantatie voor vastzittende littekens vast te stellen. De resultaten ondersteunen de hypothese dat een gedeeltelijke maar functionele onderhuidse vetlaag gereconstrueerd kan worden. Daarnaast zijn de resultaten belangrijk voor toekomst onderzoek. Tot slot hebben de data als bewijs gediend voor Zorginstituut NL om de behandeling weer toe te laten tot het basispakket.

print