Afgerond in 2012

Projectduur: 1 jaar

Projectleider: J.Schalkwijk – Radboudumc

Beknopte samenvatting van de resultaten

Infecties zijn ernstige en veel voorkomende complicaties van brandwonden. Indien de infectie zich naar de rest van het lichaam uitbreidt kan een levensbedreigende situatie ontstaan. Dergelijke uitgebreide infecties vormen de belangrijkste doodsoorzaak bij patiënten met ernstige brandwonden. Ook indien de infectie tot de wond beperkt blijft is het een oorzaak van medische problemen doordat geïnfecteerde wonden langzamer genezen en slechtere littekens geven. Er is een rechtstreeks verband tussen de mate van infectie en de duur van ziekenhuisopname. Het bestuderen van geïnfecteerde brandwonden in diermodellen is aan beperkingen onderhevig vanwege de maatschappelijke weerstand tegen dierproeven, complexiteit van de proeven en de hoge kosten. Hier willen wij een diermodel voor brandwonden ontwikkelen dat eenvoudig, snel en relatief diervriendelijk is.

Ons model zal gebruik maken van licht gevende bacteriën (bioluminiscentie) welke het mogelijk maken om op een niet-invasieve manier de infectie in de tijd te volgen met geavanceerde opname apparatuur (IVIS imaging systeem). Het volgen van de infecties kan zo plaats vinden zonder de dieren te offeren of de wonden te verstoren voor het nemen van samples.

Twee bacterie stammen die veel voorkomen infecties veroorzaken bij brandwonden (Pseudomonas aeruginosa en Staphylococcus aureus) worden gebruikt. Deze bacteriën bevatten extra DNA waardoor ze licht produceren (bioluminescentie). Voordat we de dieren infecteerden met deze bacteriën is getest of de bacteriën goed werken en of het geproduceerde licht overeen komt met het aantal bacteriën. Eveneens is gekeken of de bacteriën te meten zijn met het IVIS systeem.

Om het in vivo wond infectiemodel op te zetten is er voor gekozen twee soorten wonden te infecteren nl, chirurgische wonden en wonden veroorzaakt door bevriezing. Deze wonden worden geïnoculeerd met verschillende hoeveelheden bacteriën. De infecties zijn gedurende elf dagen gevolgd. Eveneens zijn de bacteriën aangebracht onder de haarloze huid van de oren (subcutaan). Het blijkt dat de chirurgische en de subcutane wonden geïnfecteerd kunnen worden maar dat de vrieswonden geen infectie laten zien. De gemaakte infecties houden een aantal dagen aan waarna ze door dieren zelf bestreden worden. Infecties kunnen ook behandeld worden met standaard antibiotica (ciprofloxacine) zodat het model mogelijk gebruikt kan worden voor het testen van nieuwe antibiotica. In sommige gevallen vonden we kruis besmetting van de wonden en zagen we effecten van het aangebrachte antibioticum buiten de plek waar het was aangebracht.

Hieruit blijkt dat het maken van de wonden en de infecties meer aandacht verdient, we hebben dan ook geprobeerd dit verder te optimaliseren. De methode van het maken van de wonden is aangepakt. Uit deze experimenten is naar voren gekomen dat het lokaal verwijderen van de bovenste huid laag in combinatie met het bevriezen van de huid het meest geschikt is voor het maken van infecties. Op deze manier is er geen bloedverlies uit de wonden wat hopelijk bijdraagt aan een verminderde verspreiding van de bacteriën en het antibioticum.

Hoewel het model nog enige optimalisatie nodig heeft is al wel duidelijk dat het een geschikt model is voor wondinfecties waarbij veel minder dieren gebruikt hoeven worden en dat minder ingrijpend is voor de dieren. In de nabije toekomst kan het model eveneens gebruikt kunnen worden voor het testen van nieuwe antibiotica.

print