Het oplopen van brandwonden is in de meeste gevallen het gevolg van een ongeluk zonder de intentie iemand schade toe te brengen. In sommige gevallen worden brandwonden wel opzettelijk toegebracht, bijvoorbeeld wanneer mensen zichzelf in brand steken of verwonden. De achtergrond van een zelfverbranding is nooit zonder psychisch lijden. Sommige mensen willen zichzelf hiermee van het leven beroven en zien dit als de enige uitweg uit hun lijden. Bijvoorbeeld mensen die ernstig en langdurig depressief zijn of mensen die een aaneenschakeling van negatieve gebeurtenissen te verwerken krijgen zoals een echtscheiding, overlijden van een dierbare, werkeloosheid en het daarom niet meer zien zitten.

Anderen plegen deze daad in een toestand van verstoord bewustzijn, bijvoorbeeld een psychose. Een psychose is een ernstige verstoring van het normale bewustzijn die voorkomt bij sommige psychiatrische ziekten.  Iemand is dan bijvoorbeeld overtuigd dat het vuur zuiverend werkt. De intentie is niet om een einde aan het leven te maken, maar zich te bevrijden van een gedachte die hem of haar achtervolgt. Zelfverbrandingen zijn vaak zeer ernstig. Daarom worden deze mensen in een brandwondencentrum opgenomen. Deze groep vormt bijna 10% van de opnames in Westerse brandwondencentra.

Naast de zelfverbranding komt ook de zelfverwonding of automutilatie voor. Ze komen vaker voor bij mensen die in het verleden traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt, overbelast zijn en  psychosociale problemen hebben. Met een zelfverwonding is het doel de psychische pijn te verlichten; het voelen van de pijn door jezelf lichamelijk te verwonden vermindert de emotionele pijn. Dit zijn vaak kleinere, lokale verwondingen die niet altijd in een brandwondencentrum worden behandeld.

Zelfverbrandingen of zelfverwondingen kunnen onbegrip oproepen vanuit de buitenwereld. Het is goed daarbij in gedachten te houden dat niemand zomaar zijn toevlucht zoekt tot zelfverbrandingen. Het psychisch lijden is dan zwaarder dan de draagkracht.