Het einde van uw opname in het brandwondencentrum komt in zicht. De meeste patiënten gaan naar huis. Voor sommigen is het noodzakelijk een periode in een revalidatiecentrum of andere instelling te verblijven. In dit hoofdstuk leest u hoe het ontslag en de periode daaropvolgend eruit zien. Ook leest u welke ondersteuning u van ons kunt verwachten.

Ontslag

Vaak moeten er nog een aantal zaken op tijd worden geregeld. De verpleging kijkt samen met u naar uw wensen en de mogelijkheden.

Voordat u met ontslag gaat:

  • heeft u een ontslaggesprek met de arts over onder andere leefregels, vervolgafspraken en thuismedicijngebruik
  • heeft u een evaluatiegesprek over uw verblijf met een verpleegkundige
  • krijgt u een afspraak mee voor een nacontrole op de dagbehandeling
  • wordt wanneer nodig thuiszorg ingeschakeld
  • wordt wanneer nodig een overdracht over uw situatie geschreven
  • krijgt u de informatiefolder ‘Brandwonden genezen. Hoe verder?’ mee naar huis
  • regelen we samen met u dat u vervoer krijgt en uw eigen kleding.

Met elkaar zorgen we ervoor dat het ontslag zo zorgvuldig mogelijk gebeurt, zodat u met een vertrouwd gevoel en volledig geïnformeerd het ziekenhuis verlaat.

Dagbehandeling

De dagbehandeling is een onderdeel van het brandwondencentrum. Hier ligt de nadruk op de wondzorg. Na de wondbehandeling kunt u weer naar huis. Het kan zijn dat u hier meerdere vervolgafspraken nodig heeft. Dit zal met u overlegd worden. U krijgt een folder waarin alles wordt uitgelegd.

Nazorgpolikliniek

Ontslag uit het brandwondencentrum is natuurlijk fijn. Eenmaal thuis kan er echter veel op u afkomen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u last krijgt van slaapproblemen, emotionele reacties, moeheid, schuldgevoelens en/of schaamte. We willen u hier graag bij ondersteunen. U kunt terecht bij de nazorgverpleegkundige. Zij kan voorlichting en advies geven en u ondersteunen bij het vinden van een oplossing. Ook als u niet direct een probleem ervaart of een vraag heeft, kunt u op de nazorgpoli terecht. Uw partner, andere gezinsleden of directe naasten zijn ook welkom. In deze folder vindt u meer informatie.

Brandwondenpolikliniek

Hier ligt de nadruk op de nazorg: het behandelen van uw littekens en het aanbieden van psychosociale zorg. Op deze polikliniek worden uw littekens gecontroleerd en indien nodig behandeld. Mocht u behoefte hebben aan psychosociale zorg nemen wij dat mee in de behandeling. De nazorgverpleegkundige kan u hierbij ondersteunen. Meer informatie over de Brandwondenpolikliniek vindt u hier.

Verzorging thuis

Soms gaan uw huid/littekens jeuken. De oorzaak van de jeuk is helaas onbekend. De jeuk verdwijnt uiteindelijk wel weer, maar kan (met name ’s nachts) erg vervelend zijn. Enkele tips die u helpen de jeuk te verlichten:

  • Kleed uzelf niet te warm aan en draag bij voorkeur luchtige, ruime kleding;
  • Als u in bad gaat, let er dan op dat het water lauw warm is;
  • Dek uzelf ’s nachts in bed niet te warm toe;
  • Probeer de eventueel voorgeschreven drukkleding 24 uur per dag te dragen;
  • Wrijf uw genezen huid twee keer per dag dun in met (ongeparfumeerde) huidcrème.

Als de jeuk heel hinderlijk is, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw brandwondenarts of verpleegkundige. Praat erover tijdens uw bezoek aan de dagbehandeling en/of polikliniek, zodat we u kunnen helpen/adviseren.

Bij het stoten van of wrijven over uw kwetsbare huid kunnen blaren ontstaan. Zo ook als u meer gaat bewegen. Wij adviseren u om aan kleine blaren niks te doen. Grotere blaren kunt u het beste een verbandje of een papieren pleister beschermen.

Het kan voorkomen dat er (tijdelijk) witte, zwarte of rode pukkeltjes op de huid ontstaan. Dit zijn verstopte talgkliertjes, die soms ontstoken zijn. Deze verdwijnen geleidelijk. Het advies is om, behalve het goed schoonmaken van de huid, verder niets aan deze pukkeltjes te doen.

Littekenvorming

Wanneer u een diepe tweedegraads- en/of derdegraads brandwond heeft gehad, ontstaat littekenweefsel, dat de huid weer sterk maakt en zorgt dat de huid weer bestand is tegen stoten, schaven en dergelijke. Soms is het litteken dik en hobbelig. De doorbloeding van een litteken is sterker dan die van normale huid. Hierdoor kan een litteken er soms rood of paars van kleur uitzien. Dit is tijdelijk. Na een aantal maanden wordt het litteken zachter, soepeler en dunner. Het litteken komt dan tot rust. De rode kleur verdwijnt langzaam en de huidpigmenten, die bij veel brandwonden verloren zijn gegaan, komen geleidelijk terug. Het litteken krijgt weer meer de kleur van uw normale, niet-verbrande huid.

Zon op uw litteken is goed, mits u de huid maar kort aan het zonlicht blootstelt en u een zonnebrandcrème met hoge factor gebruikt (minimaal factor 20). De mate waarin u last heeft van uw littekens hangt grotendeels af van waar ze zitten. Een litteken in de buurt van gewrichten zoals hals, elleboog, schouder of knie kan het bewegen moeilijker maken.

Als u veel last heeft van uw littekens kan huidtherapie u helpen. Een huidtherapeut kan uw brandwondenlittekens zachter, soepeler en minder rood maken. Elke huidtherapeut in Nederland kan littekens behandelen. Dit behoort tot de basiskennis van de huidtherapeut. Maar er zijn ook huidtherapeuten die gespecialiseerd zijn in de behandeling van brandwondenlittekens. Deze huidtherapeuten hebben nog een jaar extra bijscholing gevolgd gericht op brandwondenzorg en zijn aangesloten bij het Netwerk Huidtherapie na Brandwonden. Een huidtherapeut kan uw littekens niet laten verdwijnen, maar uw klachten wel verminderen. Tijdens een kennismakingsgesprek krijgt u een goed beeld waar voor u de verbetering kan zitten.

Het adres en telefoonnummer van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten kunt u vinden op www.huidtherapie.nl. Zoekt u een gespecialiseerde huidtherapeut voor uw brandwondenlittekens? Kijk op www.brandwondenstichting.nl/huidtherapie voor een praktijk bij u in de buurt.

Conditie

Door het ongeval en uw verblijf in het brandwondencentrum kan uw lichamelijke conditie verminderd zijn, waardoor u snel vermoeid bent. Het is belangrijk dat u regelmatig beweegt. Zodat uw conditie verbetert en uw spieren en gewrichten weer soepel worden.

Als uw laatste wonden genezen zijn en de beweeglijkheid niet belemmerd wordt door de littekens, adviseren wij u om weer te gaan sporten. Met name zwemmen is goed om de beweeglijkheid van armen en benen te verbeteren. Het weer aan het werk gaan moet u met uw bedrijfsarts bespreken.

U staat er niet alleen voor

Tijdens uw opname in het brandwondencentrum heeft u een begin kunnen maken met het verwerken van het brandwondenongeval. Dat verwerkingsproces stopt niet als u het brandwondencentrum verlaat. Het gaat ook door als u weer thuis bent of in een revalidatiecentrum verblijft. Het kan zijn dat u zich nog niet helemaal de ‘oude’ voelt. Ook heeft u misschien moeite met slapen en merkt u dat u zich minder goed kunt concentreren dan voor het ongeval. Het is belangrijk te weten dat dit normale verschijnselen zijn, die geleidelijk aan zullen verdwijnen en waarbij praten met uw partner, familie of goede vrienden een enorme steun kan zijn.

Als u er niet uitkomt, aarzel dan niet om contact op te nemen met de nazorgverpleegkundige. Zij werkt nauw samen met de chirurg, de verpleegkundigen van de polikliniek en de ergotherapeut. Als het nodig is, kan hij kan u verwijzen naar een hulpverlenende instantie.

Ook uw gezin zal het nodige hebben meegemaakt tijdens uw opname op het brandwondencentrum. Zij zullen erg blij zijn met uw thuiskomst, maar misschien ook merken dat het tijd kost voordat alles weer bij het oude is. Hebben u of uw gezinsleden vragen, neem dan contact op met het team van het brandwondencentrum of uw huisarts voor meer specialistische hulp. Ook hier geldt weer dat praten helpt!

Bij uw ontslag uit het brandwondencentrum krijgt u ook de folder ‘Brandwond Genezen. Hoe verder?’ mee naar huis. Hierin vindt u veel handige en praktische informatie. Daarnaast is de brandwondeninformatielijn er ook voor al uw vragen. U kunt bellen op maandag t/m vrijdag van 09:00 tot 17:00 uur op telefoonnummer 0900 044 0044.

Lotgenotencontact

Contact met lotgenoten kan u goed helpen in het verwerkingsproces. Bijvoorbeeld in een gespreksgroep met andere mensen met brandwonden. Als u daar behoefte aan heeft of hier meer over wilt weten, neem dan contact op met een medewerker van de Nederlandse Brandwonden Stichting via 0251-27 55 55 of info@brandwondenstichting.nl. Zij helpen u graag.

Informatie voor ouders

De eerste keer weer naar school gaan, na een brandwondenongeval, is een grote stap. Een langdurige opname in het brandwondencentrum en mogelijke veranderingen in het uiterlijk maken een terugkeer in de klas soms lastig. Dit geldt voor uw kind, voor u als ouder, maar ook voor klasgenoten. Daarom is de Brandwonden Stichting het project ‘Terug naar School’ gestart. De pedagogisch hulpverlener begeleidt uw kind terug naar de klas. Zij bereidt uw kind voor op reacties van klasgenootjes en gaat gesprekken aan met de klas. De pedagogisch hulpverlener gaat de eerste dag met uw kind mee, om te helpen het verhaal in de klas te vertellen. Dit werkt! De kinderen worden sneller in de groep opgenomen en voelen zich veiliger in hun school. Voor meer informatie over de begeleiding ‘Terug naar school’? kunt u contact opnemen met het brandwondencentrum via (010) 291 3718.

Bezoek onze kinderwebsite www.maasenik.nl

U kunt zelf met uw kind onze kinderwebsite bezoeken. Op www.maasenik.nl wordt per leeftijdscategorie uitgelegd wat bijvoorbeeld, na ontslag uit het brandwondencentrum en de dagbehandeling precies inhoudt. Ook voor de eventuele andere (jonge) familieleden en vrienden kan het fijn zijn om deze informatie te bekijken.

print