Afgerond in  2011

Projectduur: 1 jaar en  3 maanden

Projectleider: M.K. Nieuwenhuis – Vereniging Samenwerkende Brandwondencentra Nederland

Achtergrond

Door belangrijke verbeteringen in de zorg voor patiënten met brandwonden in de 20ste eeuw is de aandacht verschoven van het al dan niet overleven van patiënten (mortaliteit) naar hoe het gaat met patiënten die overleven; hun functioneren. Het meten van, verschillende aspecten van, ‘functioneren’ is belangrijk, omdat de gezondheidszorg en behandeling erdoor gestuurd worden. In Nederland ontbreekt het aan een instrument waarmee het dagelijks functioneren van kinderen met brandwonden gemeten kan worden. De uit de Verengde Staten afkomstige Functionele Onafhankelijkheids Maat voor kinderen (WeeFIM) lijkt daarvoor een geschikt instrument.

Doelstelling

Cross culturele aanpassing en eerste test van de WeeFIM bij kinderen met brandwonden.

Methoden

De WeeFIM wordt in het Nederlands vertaald en aangepast volgens internationale richtlijnen. Daarna wordt gedurende 5 maanden, bij alle kinderen met acute brandwonden die zijn opgenomen in de brandwondencentra de WeeFIM afgenomen; 2-3 weken na het ongeval en 3 en 6 maanden na het ongeval. Om de toepasbaarheid van de WeeFIM te testen worden inclusieratio, afnameduur, aantal missende scores geanalyseerd. Ook wordt de responsiviteit (mate waarin een instrument werkelijke veranderingen kan detecteren) geanalyseerd.

 

Beknopte samenvatting van de resultaten

Voor dit onderzoek zijn de WeeFIM® handleiding en scoreformulier vertaald naar het Nederlands en aangepast volgens internationale richtlijnen. Daarna is bij alle kinderen die met acute brandwonden zijn opgenomen in de brandwondencentra een WeeFIM score vastgesteld; zowel 2 a 3 weken als 3 en 6 maanden na het ongeval.

Om de toepasbaarheid van het instrument te beoordelen is de inclusieratio (aantal kinderen die gemeten worden/aantal kinderen die gemeten hadden moeten worden), afnameduur en het aantal missende scores bestudeerd. Tevens is de test-hertestbetrouwbaarheid en de mate waarin een instrument werkelijke veranderingen kan detecteren (responsiviteit) van de WeeFIM onderzocht.

Een eerste belangrijk resultaat is het beschikbaar komen van een Nederlandse versie van het WeeFIM® instrument. Verder blijkt deze versie goed af te nemen in de centra. De afname kost ongeveer 10 tot 15 minuten. Met name bij de oudere kinderen wordt afname waardevol geacht. Bij jonge kinderen is de invloed van de brandwond minder duidelijk omdat deze kinderen fysiek bij vele activiteiten sowieso nog afhankelijk van hulp of toezicht van anderen zijn, ongeacht de ernst van de brandwonden.

De WeeFIM levert betrouwbare gegevens op groepsniveau (ICCs >.80). Om te kunnen spreken van een statistisch significante individuele verandering moet een score meer dan 11 punten veranderen. Een op de vijf kinderen opgenomen met brandwonden heeft 2 a 3 weken na het ongeval tijdens dagelijkse activiteiten meer hulp nodig dan je zou verwachten op basis van de leeftijd. Bij een derde van hen is 2 maanden later significante vooruitgang waargenomen. Gebleken is dat de meeste kinderen binnen 6 maanden na het ongeval zo onafhankelijk functioneren als je op grond van de leeftijd zou mogen verwachten.

print